/ Principe 8

Wie was Jezus in het oude testament

Jezus was in het Oude Testament aanwezig als het woord van God, het vuur van God of de Engel van de Heer

Het woord

Jezus wordt in sommige religies ook erkend als een profeet. Profeten krijgen hun openbaring, maar kennen God niet ten volle. Jezus zegt dat Hij God kent en dat Hij er al was voordat Abraham er was. Met andere woorden, Jezus was aanwezig voordat Hij op aarde geboren werd. Jezus wordt in Johannes het Woord van God genoemd. Het Woord had in de hemel géén lichaam. Jezus kreeg pas een lichaam toen Hij op aarde verscheen. Bij de schepping zien we dat alles werd geschapen doordat God sprak, als het Woord.

In het begin was Gods Zoon er al. Hij was bij God, en hij was zelf God. In het begin was hij al bij God. Alles is door hem ontstaan. Zonder hem zou er niets zijn.
Al het leven komt van hem. Het leven dat hij brengt, is het licht voor de mensen. Johannes 1:1-4

Jezus verschijnt als een vuur, de engel van de Heer

God verscheen in het OT op verschillende manieren aan mensen. Mozes ontmoet God als een vuur die de struik niet verbrand. In de reis door de woestijn ziet Mozes de engel van de Heer vooruitgaan. Jozua ontmoet de aanvoerder van Gods leger. We lezen dat Jezus het beeld van God is. Je ziet dus in al de voorgenoemde voorbeelden dat Jezus er vanaf de schepping bij was als het Woord dat alles heeft geschapen. Daarna is Hij als de vertegenwoordiger van God steeds op aarde geweest, niet als mens, maar als een bijzondere verschijning.

Verbond

God stelt zich in de Bijbel voor als de God van Abraham, Isaak en Jakob. Maar wat heeft Jezus daar nu mee te maken? God wilde de mensen vrij maken van de overheersing van satan. Satan had heerschappij over de aarde gekregen, doordat de mens naar hem had geluisterd in plaats van naar God. God wilde die heerschappij van satan verbreken. Dit kon alleen als iemand rechtvaardig leefde. Rechtvaardigheid betekent voor Jezus dat de heerschappij in Zijn hart bij God de Vader ligt, en dat Hij doet wat Hij de Vader hoort spreken. Hierdoor verliest satan zijn domein, omdat hij géén macht over deze persoon heeft.

In Abram vond God een mens die rechtvaardig was door zijn geloof. Abram deed wat hij God hoorde zeggen. God wilde om deze reden een verbond met Abram sluiten. Dit werd een bloedverbond. Een verbond dat eeuwig zou duren. God verschijnt als een rokende oven aan Abram en belooft dat hij de erfenis die God voor de mensen bedoeld had, zal krijgen en zijn vijanden verslagen zullen worden. Jezus is bij deze verbondssluiting aanwezig. Als de brandende fakkel, het licht.

Later luisterde Abraham naar God en was bereid zijn zoon Isaak aan God te geven. Door deze daad van geloof zou God, vanwege het verbond, ook zijn enige Zoon Jezus geven. De Zoon van God zou de mensen vrijmaken en vergeving brengen.

Opdracht

Lees het verhaal van Abram in Genesis 12-22. Schrijf op wat je leert van hoe Abram met God wandelde. Schrijf op hoe Abram God ontmoette en wat er na die ontmoeting gebeurde.

Vertel hoe jij Jezus op dit moment ziet. Wat geloof je over Hem? Welke vragen heb je op dit moment over de persoon van Jezus? Vraag je mentor hoe hij/zij Jezus heeft leren kennen en wat Jezus voor hem/haar betekent

Downloads

Compact bevat de e-course tekst:
Download e-course Principe 8

Heb je geen E-coach en wil je hierover doorpraten?

Het kan zijn dat dit onderwerp je aanspreekt of dat het iets met je heeft gedaan. Wil je daarover door praten, we helpen je graag verder of kunnen je eventueel in contact brengen met een Ekklesia of partner.