In Jezus zijn wij zonen en dochters van God geworden. Wij zijn geen slaven meer van de wet, maar leven door de leiding van de Heilige Geest.
Ismaël
Deze jongen had een moeilijk bestaan. God had aan Abraham een zoon beloofd, die hij zou krijgen via zijn vrouw Sara. Helaas werd Sara niet zwanger. Sara moedigde Abraham aan om een kind te verwekken bij Hagar, haar Egyptische slavin. Dit gebeurde en Ismaël werd geboren. Zijn naam betekent ‘God hoort’.
Ruim 13 jaar later werd Sara als door een wonder zwanger en kreeg een kind, Izaäk. Nu Sara zelf een kind had wilde ze niet dat Ismaël de erfgenaam werd van Abraham. Uiteindelijk besloot Abraham Hagar en Ismaël weg te sturen. Ismaël was de zoon van Abraham, een vermogend man, toch stuurde Abraham zijn zoon de woestijn in. Nu was Ismaël de zoon van een slavin, zonder vader. De erfenis werd verloren, Ismaël kon géén beroep doen op Abraham. Hij was niet langer meer bekend als Ismaël, ‘de zoon van’. Nu was hij de zoon van een slavin, bekend om wat hij deed in plaats van wie hij was. Een zoon zonder thuis, zonder erfenis.
Slavenzonen en dochters
Het verhaal lijkt veel op ons verhaal. In ons leven krijgen we te maken met zonde. Dit brengt scheiding tussen ons en God. Zonde beheerst ons. Dat betekent dat we niet vrij zijn, maar net als slaven zijn. We doen waar we toe gedreven worden. Iets heeft ons in zijn macht. Een slaaf krijgt geen erfenis, zo ook wij die slaaf zijn door de zonde. Daarom lezen we dat we voor God als dood zijn.
Vroeger waren jullie eigenlijk dood, want jullie deden alleen maar verkeerde dingen. Jullie gedrag paste bij de slechte wereld waarin we leven, want jullie gehoorzaamden de duivel. En de duivel zorgt ervoor dat de mensen zich verzetten tegen God. Efeziërs 2:1-2
Levend gemaakt
Maar Gods goedheid is groot! Hij is vol liefde voor de mensen, hij houdt van ons. Daarom heeft hij ons samen met Christus levend gemaakt. Vroeger waren we eigenlijk dood, want we deden slechte dingen. Maar dankzij Gods goedheid zijn we gered. Efeziërs 2:4-5
Zoë is een Grieks woord dat leven betekent. Dat leven van God komt in ons als Jezus in ons komt. Zoë komt niet door kennis, maar door openbaring. Je kunt het vergelijken met zaad van een appelboom. Als je dit in de grond zaait, weet je wat eruit gaat komen: een appelboom en geen bananenboom. Zo is het ook met het leven van God dat in je komt: het vormt het leven van God in ons, zodat wij worden zoals Hem. Maria werd zwanger door het gesproken Woord van God en de kracht van de Heilige Geest. Zo werd de Zoon van God verwekt in haar buik. Datzelfde leven (zoë) komt in ons. Door dit leven gaan we ook op God lijken.
Zonen en dochters van God
Jezus kwam niet alleen als profeet naar de aarde, maar als Gods Zoon. Hij kwam om God als Vader bekend te maken. God wilde bekend zijn als Vader. De mens wist dit niet en accepteerde dit niet. Er was altijd angst voor God, altijd afstand. Zoals Adam en Eva zich verstopte in de tuin van Eden, zo hebben mensen zich verstopt voor God, uit angst voor straf of uit onwetendheid. Jezus kwam ons laten zien dat we kinderen van God kunnen worden. Ismaël werd weggestuurd en werd slaaf, maar wij worden thuis geroepen als zonen en erfgenamen. We hoeven geen slaven van de wet meer te zijn, we mogen Zijn erfgenamen zijn.
Opdracht
We hebben gelezen dat we kind van God kunnen worden. Jij kunt die keuze vandaag maken als je dat nog niet hebt gedaan. Bid voor jezelf het gebed dat in je hart opkomt als je eraan denkt dat God je Vader wil zijn. Vertel hem dat je thuis wilt komen en dat je het geloof dat je door Jezus zijn kind kunt worden wil aannemen.
Toen je nog zonder Jezus leefde waren er misschien dingen waar je aan verslaafd was. Schrijf die dingen eens op. Vraag aan de Heilige Geest of je ergens verkeerd bent afgeslagen. Weet dat God je nu niet veroordeelt, maar dat hij je vandaag gewoon vrijmaakt van je slavernij. Hij is niet boos op je, maar blij dat je het offer wilt aannemen.
Vraag aan je mentor hoe hij/zij het beleeft om als kind van God te leven.
