Jezus spreekt over zorgen voor de armen, mensen die niet op zichzelf kunnen staan. Hier horen de weduwen en wezen, asielzoekers, verslaafden etc. bij. Jezus vindt het belangrijk dat je al die dingen met je hele hart doet, in plaats vanuit plicht.
Toen God de mens schiep, werden wij geschapen naar Zijn evenbeeld. Als we kijken naar het karakter van God de Vader, Jezus en de Heilige Geest, zien we dat geven in het hart en de kern van Gods wezen aanwezig is. Laten we kijken waar God zoal geeft.
De Vader, Zoon en Heilige Geest geven
De Vader geeft Zijn Zoon en de Heilige Geest. Jezus geeft autoriteit, gaf de menigte te eten, genezing, eeuwig leven. De Heilige Geest geeft de waarheid en wijsheid, vrede en liefde,
Belang van geven
We zien dat Jezus heel anders naar geven kijkt dan de wereld om ons heen. Hij kijkt allereerst naar wat er in ons hart zit. Is Jezus wel onze koning? Zit Hij op de troon van ons hart of zijn geld en bezittingen onze koning? Als Jezus Koning in ons leven is, geef dan in het verborgene. Het gaat er niet om eer van mensen te krijgen als je iets weggeeft. Ook zegt Jezus dat God voor ons zal zorgen als Hij op de troon van ons hart zit.
De eerste gemeente is een voorbeeld van Gods Vaderhart
In Handelingen zien we direct het gevolg van mensen die zich tot God bekeren. Zij veranderen in hun gedrag. Ze zijn niet meer gericht op zichzelf, het gaat nu om elkaar. De eerste gemeenten gaven aan de armen en hen die zorg nodig hadden. Dit was een krachtig getuigenis.
Een vader die voor zijn kinderen zorgt.
Het was een vreemde gewaarwording toen ik zelf vader werd. Al direct kwam er die drang in mij om goed voor onze kinderen te zorgen, om het goede te geven. Als vader wil je het beste voor je kinderen. Eén van de dingen die we aan onze kinderen leerden was om aan anderen te geven.
Zo waren we met ons zoontje van 4 in Afrika. Hij had een paar van zijn mooiste auto’s meegenomen. Op de dag voor ons vertrek, vroeg hij of hij de auto’s weg mocht geven aan zijn Afrikaanse vriendjes. Ik wilde nee zeggen, maar Gods Geest liet mij zien dat God een gever is en dat het juist goed was wat mijn zoon deed. 14 jaar later slaagde onze zoon voor zijn rijbewijs, ik werd die dag gebeld door een vriend. Hij vroeg of ik een gratis oude auto kon gebruiken. Onze zoon heeft er met plezier in gereden en God liet me zien: als je geeft, zal God het niet vergeten.
Opdracht
Hoe kijk jij tegen geven aan? Is dit iets wat je bijvoorbeeld hebt geleerd in je familie of juist niet? Kijk eens terug op je leven. Wie zijn jouw voorbeelden hierin? Hoe heeft dit jou beïnvloed? Zijn er ook mensen in je leven geweest die gierig waren? Hoe heeft dat je leven beïnvloed?
Vraag aan God om een kijkje in je hart te geven. Zit je vast aan bezit of geld? Wil je hem vragen om jou een echte discipel te maken die met het hele hart kan en wil geven?
Bespreek wat je geleerd hebt tijdens de eerste vier vragen op de eerste pagina. Op welke gebieden kan en wil je geven? Is dat tijd, hulp aan anderen, geld, bemoedigingen?
In het tweede deel van de les gaat het vooral over geld geven. Denk goed na hoe je uitgavepatroon is. Komt dit overeen met wat Jezus je in deze les leert? Neem tijd om met God te praten over je geven. Is er iets wat hij van je vraagt? Vraag aan je mentor hoe hij heeft leren geven. Bespreek de lessen die er te leren zijn over geven.
