Je bent gemaakt om liefde te geven en te ontvangen. Je bent van waarde en je hebt een bestemming. God geeft je autoriteit en verantwoordelijkheid. Deze identiteit geeft ons de mogelijkheid om met anderen een goede en gezonde relatie te hebben, evenals met God de Vader zelf.
In Gen 1, 2 en 3 lezen we hoe God denkt over de mens. Hij laat zien wie we zijn, waar we voor gemaakt zijn en wat onze bestemming in het leven is.
A) Identiteit
Je bent een evenbeeld van God. We zijn geliefd en gemaakt om God en anderen lief te hebben. In het evenbeeld zijn we van waarde en gemaakt om elkaar met respect te behandelen.2 God heeft ons een bestemming gegeven. En we zijn vrij om te kiezen.
God zei: ‘Nu wil ik mensen maken. Ze moeten op mij lijken. Ze zullen de baas zijn over de vissen in de zee en de vogels in de lucht. En ook over het vee, over alle kleine dieren en over de hele aarde.’
God keek naar alles wat hij gemaakt had en zag dat het heel mooi was. Toen werd het avond en het werd ochtend. Dat was de zesde dag. Genesis 1:26,31
B) Autoriteit
God heeft macht en gezag gegeven aan de mensen, zowel aan de man als de vrouw. We zien dat Hij leidinggeeft. Het gezag dat God gebruikt, is om mensen rechtvaardig, vrij en in vrede te laten leven. Hij weet welke principes goed werken om zo’n leefomgeving te creëren. Bij de schepping van de mens geeft God Adam en Eva het recht om mee te regeren. De mens is gemaakt om vanuit Gods perspectief autoriteit uit te oefenen.
C) Verantwoordelijkheid
We zien dat God niet alleen autoriteit geeft, maar ook verantwoordelijkheid. God koppelt deze twee aan elkaar. Het is de bedoeling dat autoriteit gebruikt wordt om goed te zorgen voor hetgeen jou als verantwoordelijkheid gegeven is. Verantwoordelijkheid is zorgdragen voor, beschermen en vermenigvuldigen. God creëert en onderhoudt. God spreekt over autoriteit met betrekking tot de familie, werkverhoudingen, de gemeente van Jezus, zorg voor de natuur, overheid en nog veel meer.
D) Vriendschap
God de Vader, de Zoon en de Heilige Geest zijn één. God heeft de mens gemaakt om net als Hijzelf relaties te hebben. De man, Adam, was eerst alleen, maar God heeft een vrouw gemaakt. Samen zijn man en vrouw, net als God, één. Samen geven zij de ‘schaduw’ (evenbeeld) van God weer. God heeft de man en vrouw gemaakt om elkaar lief te hebben, om één te zijn en om het meest dierbare met elkaar te delen.
E) Relatie met God
Door de hele Bijbel zien we dat God met mensen wil spreken. Er zijn in het OT mensen die heel dicht bij God komen. Adam en Eva waren het in de hof van Eden gewend om God te horen spreken. Zij konden Hem zelfs horen aankomen. Mozes ontmoette God op de berg Horeb. Elia had een ontmoeting met God. Zo zijn we allen gemaakt om een relatie van liefde met God te hebben.
Opdracht
Bespreek hoe jij jouw relatie met God nu ervaart in je leven. Vertel wat je graag zou willen in je relatie met God.
Lees het volgende gebed en bid het voor jezelf of samen, als je erachter kan staan. “God, Vader, ik wil u bedanken dat u mij heeft gemaakt, dat u een plan met mijn leven heeft en dat u van mij houdt. Ik wil graag het plan voor mijn leven kennen. Vandaag wil ik mijn hart hiervoor openen. Herstel wat is beschadigd en openbaar wat is geroofd of verblind, waardoor ik uw plan met mijn leven niet goed heb kunnen zien. Dank u God voor uw liefde, voor de waardigheid waarmee u mij wil bekleden en voor de bestemming in mijn leven. Dank u voor vriendschappen en voor een relatie met u die nu mogelijk is. Ik open mijn hart voor deze ontdekkingstocht.”
Lees tijdens de studie van Disciple de brieven aan de Filippenzen en Efeze. Schrijf op wat deze twee brieven vertellen over wie wij zijn in Christus.
